Rondje Rotjeknor

emielGeen categorie

Herkennen jullie dat? Het zoeken naar een focuspunt voor de race, iets dat afleidt van de gezonde spanning? Precies om die reden kijk ik onbewust (en inmiddels bewust) altijd naar andermans hardloopschoeisel. Zoveel kleuren, soorten, maten en technische snufjes die het verschil maken tussen normale schoenen en snelle pantoffels: genoeg om een zenuwpees zoals ik bezig te houden. Lee Towers bezingt traditiegetrouw het feit dat wij in ons startvak onze kont niet kunnen keren, maar dan in zijn genuanceerde ‘You’ll never walk alone’ variant. Ik zing met hem mee in de rij voor de dixies, kijk om me heen en geloof hem direct. Ik heb ze persoonlijk niet geteld, maar ik heb me laten vertellen dat er zondag in #demooiste stad Rotterdam 16.999 hardloopfanaten om me heen stonden te trappelen om De Zwaan over te hobbelen op weg naar 42.195km genieten en doorbijten. Dat zijn bijna 34.000 hardloopschoenen die met hun fluorescerende kleuren schreeuwden om mijn aandacht. Genoeg te zien dus.

Inmiddels heb ik zelf al heel wat snelle sloffen versleten, maar de marathon blijft een unieke afstand. Alles zit erin: van besmettelijke zenuwen tot geinen met medelopers; van de roes tijdens de goede kilometers tot de man met de hamer (plus zijn voltallige gereedschapskist en bedrijfsbus, dat komt nog het dichtst in de buurt). Verzuurde benen die je wel kan vervloeken, de bloedblaren op je voeten die asfalt doen aanvoelen als een spijkerbed en de uitputting die relativeren bemoeilijkt. Met het publiek als tegenhanger, de straalbezopen studenten die hun biertjes met liefde proberen te slijten aan de lopers, kinderen die winegums uitdelen, een vrouw die uitlegt aan haar dochtertje dat de gelletjes op de grond ‘een soort astronautenvoedsel is voor hardlopers’ en een enkeling die met me meerent om me aardbeien aan te geven. Het stampen door vertrapte bekertjes die de Blaak hebben veranderd in een bad papier-maché, gevolgd door een tapijt van weggegooide sponzen.

Het geloei van de supporters zodra je de bocht voor de Coolsingel omgaat en het sprintje dat je er nog uit weet te persen. Stuk gaan en doorgaan. En dat vrijwillige afzien achteraf nog leuk vinden ook. Om vervolgens twee dagen later terug te blikken op een warm, zwaar, mooi rondje doorhobbelen, stoer vertellen dat de spierpijn zomaar weg was en stiekem alvast plannen maken voor de volgende: rare jongens die hardlopers.