De term shin splints verwijst niet per se naar één soort blessure. Het is namelijk een verzamelnaam voor verschillende klachten rondom het scheenbeen. Deze ontstaan met name wanneer je de spieren in je onderbeen te zwaar (over)belast.

Vooral onder beginnende wandelaars komt shin splint regelmatig voor, omdat ze met te weinig training te lange afstanden lopen. Ook bij ervaren wandelaars komen shin splints echter voor, meestal doordat ze hun trainingsschema te snel opbouwen. Een andere mogelijke oorzaak voor scheenbeenklachten is een afwijkende stand van de voeten. Als je voeten bijvoorbeeld naar binnen gekanteld zijn, komt er meer rek op je kuitspieren, waardoor ze sneller overbelast raken. Ook bij veel wandelen op harde ondergronden, in combinatie met verkeerde schoenen (te zwaar, te stug) kan shin splints ontstaan.

Shin Splints is niet altijd te voorkomen, maar je kan wel een aantal maatregelen nemen, om de kans te verkleinen.

 

Zorg voor een goede, rustige opbouw. Ga niet te snel, te ver of te vaak. Als je een lange afstandswandeling gaat doen, zorg dan voor een goed trainingsschema.

Maak gebruik van goede, stevige wandelschoenen, eventueel in combinatie metΒ inlegzolen. Hierdoor zal je minder snel een verkeerde voetstand krijgen en daardoor minder overbelasting op je onderbenen.

 

Bij shin splints is het belangrijk dat je voldoende rust neemt. Schuif de lange wandeltochten daarom voor je uit en doe het in plaats daarvan een paar dagen rustig aan. Zodra de pijn verdwenen is, kan je vervolgens je training geleidelijk aan weer opbouwen. Begin met een paar korte wandelingen te maken, het liefst over bospaden of door weilanden. Krijg je toch weer last, las dan een paar extra rustdagen in.

Kracht- en rekoefeningen kunnen ook helpen om scheenbeenklachten te voorkomen en/ of te verminderen.

Als de klachten 4 tot 6 weken aanhouden, ook na rust, is het aan te raden om een arts te raadplegen.